Studiecentrum Antwerpen overMorgen - antwerpen@overmorgen.be - "voor wie ambitie heeft voor de stad"

> overmorgen.be < - > studiecentrum < - > teksten < - >
 <

> Titel < Vlaanderen kan leren van Wallonië.

> Datum < 8 januari 2007

> Auteur < Christian Leysen

Vlaanderen kan leren van Wallonië

 

Rosalie is weldra 4 jaar en woont in Namen. Haar ouders hebben haar zopas ingeschreven voor een volledig Nederlandstalige derde kleuterklas. Zelfs de ouders worden in dit programma van volledige onderdompeling door de leerkracht in het Nederlands aangesproken. Dit is geen fictie. En evenmin het resultaat van een krachtdadige verdediging van de Vlaams(talig)e belangen door de Vlaamse overheid of enige belangengroepen. De ouders van Rosalie zijn beiden Walen die gebruik maken van de nieuwe regeling die de Franstalige gemeenschap heeft ingevoerd om de tweetaligheid van de volgende generatie te stimuleren.

 

Het fictieve RTBF-journaal over de Vlaamse onafhankelijkheid heeft de protagonisten aan beide zijden van de taalgrens natuurlijk in hun eigen ‘groot gelijk’ bevestigd, maar heeft eerst en vooral de omvang van het cliché-denken in de verf gezet. Walen zijn luie betweters, Vlamingen arrogante bijna-fascisten. De traditionele gemakkelijkheidsoplossing bij uitstek om de echte maatschappelijke problemen zoveel mogelijk buiten de agenda van de volgende federale verkiezingen te houden. Willen we dit echt ? Of zijn we al die discussies over vergrijzing en globalisatie zo beu dat we ons liever laten vermaken door onze interregionale twisten ?

 

Toch is het nuttig bij onze Waals-Vlaamse verhoudingen even stil te staan. Het Warande-manifest heeft terecht op nuchtere wijze een aantal harde feiten over het onevenwicht in de economische ontwikkeling en aanpak in de twee landsdelen in het daglicht gesteld. De logische cijferanalyse strandt echter op het bijzonder onlogisch pleidooi voor een complexe en hybride beheersstructuur voor Brussel en het pleidooi om de hoofdstad van Vlaanderen buiten het eigen territorium te plaatsen.

Het ‘antimanifest’ over de verhoudingen tussen Walen en Vlamingen van Rudy Aernoudt, achtereenvolgens kabinetschef van een Waalse, federale en Vlaamse minister is bijzonder interessante lectuur, die de polemiek over de toekomst van België overstijgt.  Het herneemt  heel wat cijfers van het Warande-manifest en durft zonder schroom de vinger op de wonde leggen bij de ontwikkelingen in het zuiden van het land, met name het beslag van één partij op politiek en administratie. Aernoudt maakt echter komaf met pseudo-gemakkelijkheidsoplossingen zoals de splitsing van de sociale zekerheid en pleit voor een globale aanpak: subsidiariteit en pragmatisme in plaats van dogmatisme bij de bevoegdheidsverdeling, een efficiënte overheidsadministratie (waar zowel Vlaanderen als Wallonië ondermaats blijven presteren) en last but not least actief de kaart trekken van ondernemerschap en innovatie. Want de sleutel voor het rechttrekken van de transfers ligt immers in de creatie van nieuwe arbeidsplaatsen in een open wereld-economie. Talenkennis is hierbij even belangrijk ongeacht de regio waarin je verblijft.

 

Laten we daarom een voorbeeld nemen aan het realisme van die o zo verfoeide Walen en investeren in wat een regio het meest nodig heeft : communicatie- en taalvaardigheid. Niet alleen moeten we het onderwijs in andere talen ook in onze kleuterscholen mogelijk  maken, maar deze mogelijkheid doortrekken naar het middelbaar en het hoger onderwijs ! Vlaanderen is ongetwijfeld rijp genoeg om zijn cultureel en taalkundig minderwaardigheidscomplex en de daaraan verbonden wettelijke betonnering van de onderwijstaal af te schudden. Het gaat trouwens om meer dan de toekomst van onze jeugd, het gaat  wat betreft de derde cyclus evenzo om de toekomst van ons hoger onderwijs. De Bologna-hervorming zet immers vandaag al heel wat studenten ertoe aan een deel van hun hogere studies in het buitenland èn in een andere taal aan te vatten of verder te zetten. Waar in het verleden onze studenten via de Erasmus-programma’s gedurende slechts zes maanden ‘uit huis’ waren, zullen in de volgende jaren heel wat jongeren verschillende jaren hun studieperiode in het buitenland doorbrengen. Indien onze universiteiten en hogescholen er niet in slagen in gelijkmatige proportie buitenlandse studenten aan te trekken, verarmt ons hoger onderwijs tot een ‘provinciaal’ gebeuren waar aan onderwijs en onderzoek nog enkel met beperkte ambities invulling kan worden gegeven. Willen we dit vermijden zal een radicale koerswijziging nodig zijn waarbij wij de deuren breed open moeten zetten voor het verstrekken van onderwijs in andere talen en het aantrekken van onderwijzend personeel uit andere landen en regio’s. Een regelmatige bijsturing van onze staatsstructuren mogen we zeker niet uit de weg gaan, maar de echte uitdagingen liggen elders. Landen en regio’s zijn al lang geen afgesloten eilanden meer, de behoefte aan taalvaardigheid en de noodzaak aan een constructieve dialoog gelden niet alleen in onze steden voor immigranten maar ook voor ons Vlamingen binnen België en Europa.

 

Christian Leysen is ondernemer en voorzitter van de Universiteit Antwerpen Management School.

 

Aanverwante links :