Water privatiseren is overbodig als je goed bestuurt 5 jaar ‘groen’ waterbeleid in Vlaanderen heeft niet veel zoden aan de dijk gebracht. Veel slogans en weinig daadkracht kenmerkten deze periode. . De les die we hieruit moeten trekken is dat goede bedoelingen niet volstaan. De nieuwe Minister van Milieu weet dus wat hem te doen staat.. De uitvoering van het decreet op het integraal waterbeheer, een nieuwe aandeelhoudersstructuur en missie voor Aquafin en de financiering van de noodzakelijke investeringen in rioleringen vormen allemaal belangrijke dossiers die al te lang op een oplossing wachten. Een zakelijke analyse en een professionele aanpak zijn meer dan ooit aan de orde van de dag. Water is immers te belangrijk voor een ideologisch debat. ‘Water privatiseren loont’, schreef Kris Waumans onlangs in deze krant in reactie op de advertenties van 11.11.11 en Oxfam. Als voorzitter van de Antwerpse Waterwerken heb ik geleerd dat niet privé- of publiek aandeelhouderschap het verschil maken, maar wel het toepassen van de regels van deugdelijk bestuur. Een internationale analyse toont succesverhalen voor zowel publieke als privé- watermaatschappijen. In het Verenigd Koninkrijk koos men voor privatisering. In Nederland houdt men het bij publiek eigendom. Beide modellen werken en hebben hun merites. Zelfs het ‘European Environmental Bureau’ dat 133 milieuorganisaties groepeert, komt tot de conclusie dat er geen eenduidige succesformule is. In Vlaanderen is een deel van de watermarkt al in feite geliberaliseerd. Industriële bedrijven en particulieren kunnen voor specifieke toepassingen een beroep doen op alternatieve waterbronnen (van dokwater tot regenwater) als ze zelf investeren. De vrije keuze van waterbedrijf is echter voor thuisgebruikers technisch geen haalbare kaart. De feitelijke monopolies kunnen enkel in toom gehouden worden door een beperkte concurrentie tussen watermaatschappijen bij het dingen naar de concessies in bepaalde gemeentes. Het Vlaamse Gewest moet regisseur zijn. Zij moet er op toezien dat alle marktspelers efficiënt en volgens de regels functioneren, zelfs al behoren die spelers zelf tot de overheid.Zij moet ervoor zorgen dat er een aantal sterke en gezonde spelers op de Vlaamse watermarkt aanwezig zijn. De piste om te komen tot één groot waterbedrijf in Vlaanderen (de oude droom van de SP.a), noch de verweving van de publieke watermaatschappijen in een regionaal net van bestaande intercommunales die ook andere nutsvoorzieningen leveren (de nieuwe variant van de socialistische droom), passen in een transparant en efficiënt overheidsbeleid. De verkoop van de participatie, die het Vlaams Gewest bezit in de VMW (Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening) is op zich een goed idee, maar de opgelegde voorwaarden ondermijnen elke bedrijfseconomische logica . De geplande verkoop van een minderheidsparticipatie aan andere overheidsbedrijven versterkt het gebrek aan transparantie en bestuurbaarheid en betekent niet meer dan de een kosmetische ingreep om de begroting boekhoudkundig - maar niet bedrijfseconomisch - op te smukken . De Minister doet er best aan de lopende procedure stop te zetten en zelf een visie uit te tekenen voor een transparant, goed bestuurd en competitief waterlandschap met drie tot vier sterke spelers zonder complexe kruisparticipaties. Daarnaast moet hij ook een nieuwe visie voor de waterzuiveringsactiviteiten uitttekenen. Een splitsing van het beheer van de zuiveringsinstallaties en het beheer van rioleringsnetten is een mogelijke piste. Wellicht kunnen de bestaande drinkwatermaatschappijen hierbij een nuttige rol spelen. AWW heeft de voorbije jaren getoond dat je met goed bestuur wonderen kan verrichten en met haar beleidsplan 2003-2006 bewezen dat ook een publiek bedrijf nog duidelijk de kaart van de toekomst kan trekken. Met minder personeel wordt meer gepresteerd. Technologische know-how voor dienstverlening aan de industrie werd verworven door een joint-venture met Ondeo (Suez) en het filiaal heeft reeds een eerste belangrijk project in de haven van Antwerpen opgestart. De overname van het rioleringsnet van de Stad Antwerpen samen met Aquafin is opgestart. De mogelijkheid om de investeringen in afvalwaterverwerking in combinatie met bestaande installaties van AWW te optimaliseren, ligt ter studie. Je hebt geen kapitaalsverhoging, noch extra personeel nodig om overheidsbedrijven goed te laten werken. Een management met ervaring in veranderingsprocessen en met gevoel voor de ‘markt’, flexibiliteit en interne mobiliteit bij het personeel, en een onbesproken deontologie van hoog tot laag kunnen wonderen verrichten. De discussie wie aandeelhouder moet zijn van een waterbedrijf is irrelevant als je ervoor zorgt dat de regels van goed bestuur worden gehanteerd. Voor mij mag het publiek aandeelhoudersschap van de basisdienstverlening gerust in publieke handen blijven. Je moet er alleen voor zorgen dat publiek aandeelhoudersschap geen excuus wordt voor immobilisme of erger. Christian Leysen |