04/03/2003 Christian Leysen en Marc Wajsberg Integriteit is geen wettelijke verplichting, hoewel het dat beter wel zou zijn. Een gebrek aan integriteit leidt tot een cultuur van horen, zien en zwijgen zonder controle, transparantie en verantwoordelijkheid. Dit kan in alle organisaties voorkomen, zowel in de private als de publieke sector en heeft overal nefaste gevolgen. Maar in de overheidssector wordt gebruik gemaakt van gemeenschapsgelden. Bestuurlijke integriteit is bovendien de grondslag van een goed functionerende democratie: vertrouwen in mensen gaat vooraf aan vertrouwen in instellingen en in de overheid. Dit aspect verdient dan ook ieders aandacht. De afgelopen weken werden we overspoeld met berichten over onderzoek naar vergoedingen en eventuele misbruiken op dit vlak bij de Antwerpse politie en de Antwerpse stadsadministratie. De reactie hierop van bepaalde betrokkenen was bovendien onthutsend (,,Ik ben maar een armoedzaaier''). Maar die onthullingen zijn niet zo verbazingwekkend als je de Antwerpse context analyseert. Het rapport-Paternoster maakte al gewag van honderden miljoenen die jaarlijks in Antwerpen verspild worden door een gebrek aan controle.
Grote stedelijke organisaties zijn bijzonder kwetsbaar voor miskenning van bestuurlijke integriteit. Antwerpen vertoont dan ook alle typische symptomen van een omgeving met hoge risico's: ontbrekende of niet-functionerende interne en externe audits, onderbemande financiële diensten, het verschuilen achter omslachtige boekhoudprocedures en de weigering vrijwillig transparant te rapporteren over de kostenstructuren, en last but not least het ontbreken van jobmobiliteit aan de top.
Het wettelijk kader in Vlaanderen geeft bovendien bijzonder weinig ruimte om efficiënt op te treden tegen de risico's van onethisch gedrag. De bestaande gemeentewet en ook het ontwerp van gemeentedecreet gaan nog steeds uit van een rigide ambtenarenstatuut, waarbij de topambtenaren de facto ongenaakbaar zijn.
De recente gebeurtenissen tonen nogmaals aan dat er nood is aan een gestructureerde aanpak. Een zeer interessant en doeltreffend initiatief op het vlak van bestuurlijke integriteit, vindt men in Amsterdam. Wethouder Geert Dales liet er van 1997 tot 1999 grootschalig onderzoek verrichten naar de plaatsen in de organisatie waar risico's bestaan op fraude, corruptie en manipulatie. Dat (zelf)onderzoek droeg de naam ,,Correct... of corrupt'': het rapport was veeleer van preventieve aard. Er werden aanbevelingen uitgewerkt ten behoeve van de administratieve organisatie, het personeelsbeleid, het management en de regelgeving. Dat leidde tot het opstellen van een gemeentelijke gedragscode, wat in alle diensten en stadsdelen concrete verbeteringen tot gevolg had.
Naar aanleiding van dit rapport werd in 2001 het Bureau Integriteit opgericht. In dit 'gemeentelijk expertisecentrum voor ambtelijke en bestuurlijke integriteit' werken momenteel 16 mensen die deskundig zijn op het vlak van advies, registratie, preventie, rechercheonderzoek, disciplinaire afhandeling, audits en verantwoordelijkheidsbevordering. Daarnaast werd ook een Commissie Integriteit in het leven geroepen. Die heeft als hoofddoelstelling het integriteitsbewustzijn te ontwikkelen en gevallen van fraude, corruptie en andere schendingen van ambtelijke en bestuurlijke integriteit te bespreken.
In Amsterdam worden nu al jaarlijks meer dan negentig zaken behandeld, terwijl men vroeger dacht dat er eigenlijk geen probleem was. En het aantal zaken neemt duidelijk toe, naarmate de bekendheid van het bureau toeneemt.
Het Antwerps stadsbestuur moet dringend werk maken van een soortgelijk integriteitsbeleid. In eerste instantie pleiten we voor een duidelijke gedragscode en de oprichting van een ,,bureau integriteit'', naar Amsterdams model. Dat bureau moet ook uitgaan van een vergelijkbaar diepgaand onderzoek naar de huidige situatie in de lokale politiek en de stadsadministratie. Maar het gerecht moet zijn taak onafhankelijk en ongestoord kunnen voortzetten. Een bureau integriteit mag zich niet in de plaats van het gerecht te stellen.
Het is niet de taak van zo'n bureau integriteit om het verleden uit te kammen of om ongeoorloofde daden die men daarbij tegenkomt, te bestraffen. Het gaat erom onduidelijkheden en wantoestanden in kaart te brengen, zodat er maatregelen getroffen kunnen worden en regels opgesteld worden. Het doel is klaarheid te scheppen en eerlijke, integere ambtenaren en gekozenen de middelen te geven om hun taak naar behoren uit te voeren.
Op vandaag zijn er geen duidelijke regels, bestaat er geen duidelijk pad om problemen veilig aan te geven en is er geen actieve onderzoeksinstantie. Daardoor zit alles in een duistere zone van roddels, vage vermoedens en doofpotten. Het ontbreken van procedures om in geval van twijfels duidelijkheid te scheppen is dodelijk voor elk streven naar integriteit. Het argument ,,erover praten is mensen onnodig verdenken'' gaat niet op. Het is erg frustrerend zaken te zien, te horen of mee te maken en dan te moeten vaststellen dat niemand reageert. Dat richt elke organisatie ten gronde.
Het functioneren van politici en ambtenaren zou dan ook doordrongen moeten zijn van het besef dat bestuurlijke integriteit onontbeerlijk is. Onomkoopbaar zijn volstaat daarbij niet: het gaat ook om het verbod op belangenvermenging en het vermijden van zelfs maar de schijn van onbetrouwbaarheid. Die eis geldt voor iedereen en begint steeds bij de top. Compromissen zijn hierbij uit den boze, want een beetje integer bestaat niet.
(De auteurs zijn ondernemers en politiek actief in de VLD in Antwerpen.) |