Uiteenzetting van Karel Poma voor denktank “Antwerpen overMorgen" - Berchem, 11 december 2001 De dictatuur van de enkeling Naar aanleiding van het artikel “De terreur van de enkeling, zin en onzin van de Raad van State” van Karel Poma, gepubliceerd in het septembernummer (2001) van het “Volksbelang”, orgaan van het Liberaal Vlaams Verbond (L.V.V.), werd Karel Poma uitgenodigd dit standpunt nader toe te lichten. Poma ontwikkelt zijn stelling dat de parlementaire democratie, zoals wij die in West-Europa en de Angelsaksische landen kennen, ongeveer 300 jaar geleden in Groot-Brittannië tijdens de Glorious Revolution geboren is. Voordien kende de wereld, zover de geschiedenis teruggaat, slechts dictaturen, waarbij alle machten geconcentreerd werden in de handen van één of enkele personen. De gewone burger kwam nooit aan zijn trekken. Intussen is hierin een grondige verandering gekomen. Vooreerst heeft de democratie zich van een elitaire tot een massademocratie ontwikkeld, werd een absolute vorst ofwel vervangen door een constitutionele of door een president van de republiek en greep de scheiding van de drie machten plaats. In het kader van de parlementaire democratie werden wereldwijd rechten geproclameerd die betrekking hadden op de mens, zoals de “rechten van de mens”, de “rechten van de vrouw”, de “rechten van het kind” terwijl men nu zelfs spreekt van de “rechten van het dier”. Om de burger te vrijwaren tegen eventuele misbruiken werden in ons land administratieve organen gecreëerd zoals de Raad van State of het Arbitragehof. De burger maakt dan ook veelvuldig gebruik van deze administratieve rechtsorganen. Daarbij gaat het in principe om een door een overheid onrechtvaardig genomen beslissing teniet te doen, maar soms gaat het er ook uitsluitend om eigen belangen te verdedigen die indruisen tegen het algemeen belang. Dit leidt dan tot toestanden die Poma omschrijft als de “dictatuur van de enkeling”. Als voorbeelden werd aangeduid : het stilleggen van het Deurganckdok, de tegenwerking om de leien verder aan te leggen, de weigering om de Liefkenshoektunnel te verbinden met de autosnelweg Antwerpen - Gent. Telkens wordt het algemeen belang ondergeschikt gemaakt aan het privébelang. Dit heeft tot gevolg dat een beleid in ’t algemeen onmogelijk wordt. Poma stelt zich de vraag of de administratieve rechtbanken hierbij hun bevoegdheid niet te buiten gaan. Want de bescherming van de enkeling mag niet leiden tot het saboteren van het algemeen belang. Bovendien leiden die beslissingen meestal tot vele miljoenen, zelfs vele miljarden, onkosten die door de belastingbetaler betaald moeten worden, waaruit blijkt dat de administratieve beslissingen financieel onverantwoord zijn. Er is dus een probleem waarvoor een oplossing gevonden moet worden. Welke oplossing ? Hierover ontstaat een levendige discussie waarbij verschillende voorstellen geformuleerd worden, zonder tot een eensluidend voorstel te komen. Poma stelt o.a. voor : 1) Het Arbitragehof en de Raad van State zouden bij een klacht van een enkeling moeten nagaan of het om een procedurefout gaat. In dat geval zou de overheid bevel moeten krijgen binnen een beperkte tijd de procedurefout te herstellen zodat geen sancties zouden moeten opgelegd worden. 2) Gaat het om een inhoudelijke fout, dan zou men eerst verplicht tot een arbitrage moeten overgaan tussen de klagende enkeling en de overheid die in fout is. Leidt die arbitrage onder het voorzitterschap van de Raad van State tot een overeenkomst, dan moet de Raad van State geen beslissing nemen. 3) Komt men na bemiddeling van de arbitrage niet tot een overeenkomst, dan moet de Raad van State beslissen, waarbij de Raad de prioriteit van het algemeen belang boven die van het persoonlijk belang steeds voor ogen moet houden. In elk geval, besluit Poma, moet een oplossing gevonden worden om een beslissing zoals die bijv. van het Deurganckdok, in de toekomst te vermijden. De oplossing zal uiteindelijk een wettelijk karakter moeten krijgen, dus door het parlement gestemd moeten worden. |