Studiecentrum Antwerpen overMorgen - antwerpen@overmorgen.be - "voor wie ambitie heeft voor de stad"

> overmorgen.be < - > studiecentrum < - > actiepunten < - >
 <

> Titel < Uitdagingen voor UA

> Datum < 29 september 2007

> Auteur < Nicolas Bas

De Universiteit Antwerpen mag zich bij het begin van het academiejaar verheugen over een mooie stijging van eerstejaarsstudenten. Hoger zelfs dan de andere universiteiten in Vlaanderen. Is dit het gevolg van een breder aanbod, de keuze om meer opleidingen te laten doorgaan in architectonische nieuwbouw in het gezellige stadscentrum, het hartje van de stad? Of  is het een late bonus voor het feit dat Antwerpen na de laatste verkiezingen zijn ‘slecht imago’ als ‘bruine stad’ achter zich gelaten heeft ?  Het antwoord is misschien niet zo belangrijk, de vraag waar naartoe met de Universiteit Antwerpen in de volgende decennia des te meer.

Een grotere instroom van eerstejaarsstudenten in de ‘bachelor’cyclus betekent nog niet dat de uitstroom van afgestudeerde ‘masters’ groter zal worden. De Bolognahervorming heeft immers een gemeenschappelijke hoger onderwijsruimte gecreëerd en zal studenten er actief toe aanzetten tijdens hun studies van onderwijsinstelling te wisselen. De uitstroom zal dus mede bepaald worden de mate dat een universiteit voor de tweede cyclus, de masteropleidingen, minstens even veel nieuwe studenten wint als verliest. Zijn het Vlaamse universiteitslandschap en de Universiteit Antwerpen in het bijzonder hierop voorbereid ?

 

De aanpassing van het Vlaamse hoger onderwijslandschap heeft al een enorm impact gehad op alle instellingen. De omvorming van de kandidatuur-licentiestructuur (2+2 jaar) naar het bachelor-masterstelstel (3+1 jaar) was geen eenvoudige klus. De hervorming loopt op een aantal gebieden nog mank. Uit schrik voor het budgettaire impact weigert de Vlaamse overheid tweejarige masters in de humane wetenschappen zoals in het buitenland mogelijk te maken. Bovendien gaat men niet voluit voor de opdeling van de masteropleiding in een ‘onderzoeks’ en ‘onderwijs‘-richting.

Last but not least blijft men uiterst terughoudend om het gebruik van andere talen in het onderwijs te hanteren. Een koppeling van anderstalig onderwijs aan een gelijkaardige nederlandstalige opleiding of de beperking in uren anderstalig onderwijs in de bachelorcyclus zijn daar voorbeelden van. Men wil wel, maar liefst met de handrem aangetrokken. Vlaanderen wil internationaal meespelen in een globale economie, maar gaat niet voluit. Geloven we echt dat wij onze Vlaamse identiteit en taal gaan verliezen omdat we in het hoger onderwijs een vrij aanbod van anderstalige opleidingen zouden aanbieden ? Weze het in de taal van een van onze andere buren zoals het Frans of Engels of zelfs in het Chinees. Een Vlaanderen dat gelooft in de kenniseconomie schudt best zo snel mogelijk zijn cultureel minderwaardigheidscomplex af en speelt de kaart van een  hoogwaardig, kwalitatief en internationaal onderwijsaanbod.

 

Wat geldt voor Vlaanderen geldt bij uitstek voor Antwerpen als economische motor voor Vlaanderen en logistieke draaischijf in Europa. De Universiteit Antwerpen werd in 2003 boven de doopvont gehouden als fusie-instelling van UFSIA, RUCA en UIA. Drie instellingen met een eigen historiek, campus en ‘ideologisch profiel’ werden samengebracht. Een politiek huzarenstuk dat echter ook administratief en organisatorisch een uiterst zware opdracht met zich meebracht. Veel energie ging de voorbije jaren naar het ‘verteren’ van de fusie en heel wat achterhoedegevechten waarbij de mentaliteitsverschillen tussen de binnenstedelijke en randinstellingen regelmatig de kop opstaken. Tevens was de samenwerking met de hogescholen, die heel wat toegevoegde waarde levert zoals een faculteit nautische wetenschappen, ook geen gemakkelijke klus. Dit alles heeft er wellicht toe bijgedragen dat de Universiteit Antwerpen achterwege is gebleven in het debat over de vorming van allianties tussen de universiteiten zowel binnen Vlaanderen als op Europees niveau.  De internationalisering van het hoger onderwijs zal ertoe leiden dat niet alleen  meer allianties zullen gevormd worden maar dat ook het onderwijzend personeel een meer internationaal profiel krijgt. Dit is vandaag meer dan ooit een ‘must’ voor een economische regio die haar welvaart en welzijn ook in de toekomst wil veilig stellen. De Universiteit Antwerpen moet hier dringend werk van maken. Het feit dat de Universteit Antwerpen Management School bij haar eerste deelname reeds een mooie plaats behaalde in de ranking van de Financial Times mag dan een verheugende boodschap zijn, zowel voor de basisopleiding van bachelors en masters alsook voor de master-na-masteropleidingen in het kader van levenslang leren voor alle maatschappelijke sectoren ligt er nog een enorme opdracht. Stilstaan is achteruitgaan. Indien Antwerpen niet wil wegglijden als provinciaal onderwijsgebeuren, moet het nu voluit de kaart van de verdere internationalisering kiezen.

 

 

Aanverwante links :

Er is geen dossier beschikbaar